Autisme & ik

Autisme ofwel autisme spectrum stoornis (ASS) is een chronische stoornis in de hersenen, dit betekend dat het (nog) niet te genezen is. Autisme heb je al voor je geboren wordt, maar wordt vaak pas op latere leeftijd (meestal kinderjaren, maar ook vaak in de volwassen jaren) ontdekt. Bij autisme lopen de verbindingen in de hersenen anders, waardoor prikkels anders verwerkt worden. Prikkels zijn dingen die bij je binnen komen vanuit de zintuigen (horen, zien, voelen, ruiken en proeven). Gemiddeld krijgt een mens ongeveer 11.000 prikkels binnen per seconde, iemand zonder autisme kan deze prikkels filteren, waardoor ze nog maar 6.000 prikkels hoeft te verwerken. Iemand met autisme kan dit niet filteren, waardoor ze alle 11.000 prikkels moet verwerken.

Zo moet je voorstellen dat je een dag naar een drukke beurs of markt bent geweest, er komt van alles op je af op zo’n dag en aan het einde van de dag ben je moe en vol in je hoofd. Dit is voor mij qua prikkels een normale rustige dag. Aan het einde van een dag ben ik helemaal vol in mijn hoofd van alle prikkels die ik nog moet verwerken.

De verwerking van de prikkels brengt zowel sterke als minder sterke kanten met zich mee. Zo zijn mensen met autisme vaak creatief, zien ze snel details in een groot geheel, zijn ze goed in dingen onderzoeken en uitpluizen en zijn ze meestal eerlijk en duidelijk in  wat ze willen. Daar tegen over staat dat mensen met autisme vaak moeite hebben met sociale dingen, het overzicht kwijt raken in een groot geheel, slecht tegen plotselinge veranderingen kunnen en slecht tegen drukke plekken kunnen. Ook hebben ze vaak 1 of meerdere obsessies, wat dit is kan heel erg uiteen lopen, zo heeft de een een hele grote verzameling van iets en een ander gaat helemaal op in een hobby.

Ik ben bijvoorbeeld heel creatief op veel vlakken, zowel in het dingen doen als oplossingen verzinnen. Daarnaast heb ik schema’s snel door, onthoud ik dingen die ik interessant vind (ik wordt door mijn omgeving soms wel eens een wandelende encyclopedie genoemd) en ben ik bijna altijd eerlijk naar anderen toe. Ook draai ik niet om het gene heen wat ik eigenlijk wil vertellen, maar vertel ik gelijk wat ik kwijt wil. Veranderingen en onzekerheid kan ik super slecht mee om gaan, nieuwe dingen zijn dan ook heel erg eng. Als het ergens druk is heb ik daar heel veel moeite mee, omdat ik dan een overload aan prikkels binnen krijg. Ik ben van mezelf heel sociaal en vind nieuwe mensen ontmoeten en een praatje maken met iemand erg leuk. Zodra ik een vriendschap of een relatie moet onderhouden wordt het moeilijker, omdat ik dan zowel met mijzelf als met een ander rekening moet houden. Qua obsessies ligt het bij mij anders omdat ik ook kenmerken van ADD heb. Door mijn ADD ben ik continu opzoek naar nieuwe uitdagingen om te proberen, terwijl ik door mijn autisme hobby’s heel lang vast houd. Hierdoor heb ik soms wel 10 hobby’s tegelijk en weet ik op een gegeven moment niet meer wat ik nou wil gaan doen.

Autisme kun je niet aan de buitenkant zien, maar zit echt in een persoon. Veel mensen hebben een bepaald beeld van autisme, maar dit beeld klopt misschien bij 5% van de autistische mensen. Veel autistische mensen zijn ook goed in het verbloemen van hun autisme en je komt dan pas hierachter als je die persoon beter leert kennen. Regelmatig als ik aangeef dat ik autisme heb geloven mensen mij niet, omdat ik er gewoon uitzie als een “normale” meid van 28, pas als mensen een langere tijd met mij omgaan, gaan ze dingen ontdekken waaraan ze kunnen zien dat ik autisme heb.

Autisme is er ook in veel gradaties. In de DSM-IV (boek met kenmerken waar iedere ziekte/stoornis aan moet voldoen) sprak men vooral over klassiek autisme, asperger en PDD-Nos. Je viel dan in een van deze “hokjes” en vanuit daar werd er een behandeling gestart. Nu wordt er gebruik gemaakt van de DSM-V,  hierbij zijn alle “hokjes” weg gehaald en wordt er alleen gesproken over autisme. Je hebt verschillende gradaties in het autisme, van licht tot zeer zwaar en daaronder wordt je ingedeeld door een nummer. Ik weet zelf niet in welke nummer ik val, omdat ik nog gediagnosticeerd ben via de DSM-IV, ik heb de diagnose PDD-Nos toen gekregen omdat ik zowel kenmerken van klassiek als van asperger had en ze mij dus niet in 1 van deze 2 konden plaatsen. Aan de ene kant vind ik het mooi dat deze “hokjes” weg zijn, omdat veel mensen met autisme niet echt helemaal in 1 van de “hokjes” te plaatsen zijn. Aan de andere kant heb ik wat moeite met de gradaties, omdat iemand hierin makkelijk overschat of onderschat kan worden, waardoor die persoon de verkeerde gradatie mee krijgt.

In mijn blogs neem ik jullie verder mee in mijn leven met autisme en krijgen jullie te zien hoe dit er nou uit ziet, wat voor iemand met autisme kan helpen zich beter te voelen en eventuele nieuwe ontwikkelingen binnen onderzoeken naar autisme.